zaterdag 28 maart 2026

Het verschil tussen straffen en begrenzen

Veel mensen zijn nog van mening dat straf de beste manier is om ongewenst gedrag af te leren. Maar is dit echt zo? Of zijn er misschien liefdevollere manieren om je hond te leren wat de bedoeling is? En werkt straf eigenlijk wel zo goed als dat we denken? 

In dit artikel leg ik uit wat er gebeurt bij straf en hoe straf wél werkt, maar vertel ik ook alternatieve manieren van opvoeding waarbij er gekeken wordt naar het individu en de emoties van het dier. 

 


Wat is straf? 

In één van mijn andere artikelen leg ik uit wat operante conditionering is. Als er bij deze term vraagtekens opduiken nodig ik je uit om eerst dat artikel te lezen! 

Eén van de vormen van operante conditionering is positieve correctie en negatieve correctie. Correctie wil zeggen dat je daarmee het ongewenste gedrag vermindert maar met iets wat onprettig is voor de hond. Straf is hier een goed voorbeeld van. Stel de hond trekt aan de lijn en je geeft een ruk terug aan de lijn is dit een straf. De hond een tik geven is ook een vorm van straf. Maar ook iets leuks weghalen, bijvoorbeeld een kluifje terwijl hij daarmee bezig is, is een straf.  

Straf is wel iets wat we met relativiteit moeten bekijken. Wat voor de ene hond als straf ervaren wordt wil niet zeggen dat dit voor de andere hond ook zo is. Stemverheffing kan voor een gevoelige hond ervaren worden als straf, terwijl een andere hond hier ongevoelig voor is.   

Om straf ook zodanig te laten werken dat het ongewenste gedrag vermindert zitten er wel wat regels aan. Om ongewenst gedrag te verminderen met straf moet je: 

  • Altijd consequent dezelfde straf geven bij hetzelfde gedrag. Als je nee de volgende dag ineens ja wordt heeft straf dus geen zin. 

  • De straf moet hard genoeg gegeven worden dat het veel indruk maakt op de hond 

  • Straf moet gegeven worden op hetzelfde moment van het gedrag. Als je thuiskomt en je ziet dat je hond een kussen gesloopt heeft, en je geeft de hond op dat moment straf zal dat niet werken. Hij zal hoogstens bang worden voor het feit dat je thuiskomt. 

 

Zoals je kunt zien is straffen misschien niet zo makkelijk als gedacht. Onze emoties werken namelijk ook mee in dit verhaal. Als we net ontslagen zijn van onze baan, we komen thuis en zien dat de hond wéér dat kussen gesloopt heeft zal onze straf veel harder zijn als dat we net een opslag gekregen hebben en we komen dezelfde situatie tegen. Dit zorgt voor onduidelijkheid voor de hond en dus zal straf dan niet werken. Naast onze eigen emoties spelen de emoties van honden ook een grote rol. 

 

Wat gebeurt er bij straf? 

De eerste vraag die we ons kunnen stellen is waarom laat een hond ongewenst gedrag zien. Heel vaak is het zo dat een hond ongewenst gedrag laat zien uit frustratie, angst of boosheid. Wat gebeurt er als we de hond straffen? Hetzelfde als wat met een kind gebeurt op het moment dat het gestraft wordt, het ontwikkelt frustratie. Als de hond dus al gefrustreerd is, en hij wordt gestraft, ontwikkelt hij daardoor nog meer frustratie en wordt hij boos en gaat hij misschien zelfs wel agressie inzetten.  

Daarnaast kan een hond op twee manieren op straf reageren. Er kan een angstcultuur ontstaan waarbij de hond bijvoorbeeld al wegduikt als er een hand opgeheven wordt. Het kan ook zijn dat de hond een sterk karakter van zichzelf heeft en zichzelf gaat verdedigen en agressie inzet om zijn grens te laten zien. Beide gedragingen zijn niet gewenst. We hebben met zijn allen geen huisdieren om ze bang voor ons te laten zijn, tenminste, daar ga ik van uit. Maar als we dus beter niet kunnen straffen, hoe kunnen we honden dan wel zo vormen dat ze geen ongewenst gedrag meer laten zien? 

 

Wat is begrenzing? 

Bij begrenzing draait het erom zoals het woord al zegt dat je je grenzen aan kunt geven. Dit kan zonder boosheid of frustratie gedaan worden. Belangrijk hiervoor is dat de hond begrijpt wat je bedoelt. Je kan wel zeggen dat een hond iets niet meer mag doen, maar als hij je niet begrijpt zal ook dit niet aankomen en zal het gedrag voortgezet worden. Maar hoe dan wel? 

Kies om te beginnen een woord dat je gaat gebruiken om je grens mee aan te geven. Veel mensen gebruiken het woord ''nee'', maar veel beter is om een woord te gebruiken die je in het dagelijkse leven niet vaak gebruikt. Mijn advies is vaak om het woord ''bah'' te gebruiken. Vervolgens ga je een stappenplan volgen waarbij je de hond leert met een koekje op je platte hand die hij niet mag pakken. Je brengt hem in de verleiding het koekje te pakken maar doet dan je hand dicht en zegt ''bah''. Vervolgens doe je je hand open en zeg je ''pak maar''. Herhaal dit natuurlijk geen tachtig keer op een dag, dan werk je wel frustratie in de hand. Train dit 5-6 keer per dag maar niet langer dan 2-3 minuten per keer. Vervolgens werk je deze training verder uit door meer afstand van het koekje te nemen en dezelfde werkwijze te gebruiken (voor een uitgebreid trainingsplan adviseer ik om privélessen aan te vragen). Het doel van deze training is dat je de hond met het woord ''bah'' kan laten stoppen met het gedrag wat hij laat zien en ander gedrag van hem te kunnen vragen. Door dit aan te leren met positieve training ontwikkelt de hond geen frustratie om de begrenzing en wordt het zelfs leuk gemaakt om te luisteren naar het woord ''bah''.  

 


Wij mensen zijn goed in vertellen wat we niet willen. Hoe vaak hoor je het woord ''foei!'' niet? Of mensen roepen ontelbaar keer ''nee'' naar de hond terwijl hij gewoon doorgaat met het ongewenste gedrag. We moeten ons bedenken dat honden alleen maar gedrag laten zien wat in hun optiek logisch gedrag is en honden doen alleen maar iets als ze er zelf ook beter van worden. Door alleen maar te vertellen wat je niet wil van een hond zal een hond niet begrijpen wat er dan wel van hem verwacht wordt. Bij de begrenzing hoort dus ook vertellen wat je wél van hem verwacht. Bij een hond die trekt aan de lijn kun je dus belonen voor een slappe lijn, daarmee vertel je hem wat je wel van hem wilt. Als je hond blaffend voor de voordeur staat kan je hem binnen roepen en belonen voor het feit dat hij dit gedaan heeft. Bij begrenzing gaat het dus vooral om hoe jij begrepen wordt door de hond maar ook dat jij de hond begrijpt in wat hij doet. 

 

Waar kies je voor? 

Er zijn dus meerdere manieren om een hond op te voeden. De manier van straf is gebaseerd op oude onderzoeken en voelt vaak voor ons natuurlijker aan. De manier van begrenzing is gebaseerd op nieuwere onderzoeken en houdt meer rekening met de emoties van de hond. Dat je beter niet kan corrigeren wil natuurlijk niet zeggen dat de hond zomaar alles mag doen waar hij zelf zin in heeft. Wat je moet beseffen is dat jouw manier van opvoeden veel impact heeft op de hond.  

Dus vraag jezelf af: voed ik liever mijn hond op door macht over hem te tonen en straf te geven, of zoek ik naar manieren om rekening te houden met de emoties van de hond en wil ik een oprechte band opbouwen met mijn hond? 

Hoe leert een hond?

Om een goede begeleiding te kunnen geven aan je hond is het belangrijk dat je weet hoe een hond leert en hoe je dat in de praktijk kan gebruiken. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan die ons helpen inzicht te krijgen in hoe een hond leert. 

In dit artikel leg ik de verschillende leermethoden uit en hoe we deze het beste kunnen gebruiken om onze hond te begeleiden in onze drukke samenleven. 


 

 Conditionering 

 Conditionering is het leerproces van een individu in bepaalde situaties wat gedrag veroorzaakt. Dit gedrag kan gevormd worden door de consequenties van het gedrag of door straf of beloning. Er zijn een aantal wetenschappers die de grondlegging van conditionering gelegd hebben, namelijk Pavlov die de klassieke conditionering onderzocht heeft, en Skinner die de operante conditionering onderzocht heeft.  

 

 

 

 Klassieke conditionering  

Tussen 1890 en 1900 heeft Pavlov een onderzoek gestart om de spijsvertering van honden te onderzoeken. In dit onderzoek werd een metronoom gebruikt voordat een groep honden eten kreeg. Elke keer als de honden gevoerd werden werd eerst de metronoom aangezet. Op den duur gebeurde er iets onverwachts, de metronoom ging aan en de honden gingen vast kwijlen omdat ze het voedsel verwachten. Het was helemaal niet de intentie van Pavlov om conditionering te onderzoeken, maar de conclusie van dit onderzoek kwam er wel op neer dat de groep honden de associatie gelegd hadden dat de metronoom betekende dat er voedsel kwam. In deze tijd noemen we dit klassieke conditionering. Klassieke conditionering gaat onbewust, de hond leert associaties leggen maar staat daar niet bewust bij stil, het gebeurt gewoon. Meer voorbeelden van klassieke conditionering is dat de deurbel betekent dat er mensen voor de deur staan of het koffiezet apparaat gaat aan en er volgt ook iets lekkers voor de hond.  

Deze vorm van conditionering gebruiken we ook in hondentraining. De clickertraining is hier een voorbeeld van. De bedoeling van deze training is dat de hond het geluid van de clicker associeert met voer zodat de timing van de beloning beter is als dat dit met de stem gedaan wordt. 

 Op deze zelfde manier leert een hond veel associaties in het leven en het gedrag vormt naar de leerervaringen met deze associaties. Sommige honden voelen aan de luchtdruk dat het gaat onweren en worden al voor de onweersbui onrustig, dit is een vorm van klassieke conditionering waarbij de hond angst laat zien als uitwerking.  

 

Operante conditionering 

Bij operante conditionering gaat het om de consequenties van het gedrag. Volgt er iets prettigs op gedrag zal het gedrag vaker ingezet worden, gedrag bevestigen noemen we dat. Volgt er iets onprettigs op gedrag zal het gedrag minder worden, dit noemen we correctie van gedrag 

In onderstaande foto kun je zien hoe dit precies werkt. Er zijn twee manieren om gedrag te bevestigen, door iets prettigs toe te voegen of door iets onprettigs weg te halen. Twee voorbeelden: 

Iets prettigs toevoegen: Je vraagt de hond om een 'zit’ en geeft de hond een stukje kaas als hij dit gedaan heeft. Je bent gedrag aan het bevestigen. 

Iets onprettigs weghalen: De hond trekt aan de lijn en hij heeft een prikhalsbad om (tegenwoordig verboden). Als de hond stopt met trekken stopt het prikken van de halsband, je bent het niet trekken aan de lijn aan het bevestigen. 

 

Zo zijn er ook twee manieren om gedrag te corrigeren, iets onprettigs toevoegen of iets prettigs weghalen. Weer twee voorbeelden: 

Iets onprettigs toevoegen: De hond trekt aan de lijn en jij geeft een harde ruk aan de lijn. De hond zal minder gaan trekken aan de lijn (mits dit consequent ingezet wordt maar dat is een uitleg voor later) 

Iets prettigs weghalen: Een puppy is aan het spelen en bijt te hard in je handen, je loopt zonder iets te zeggen weg. Je haalt de aandacht weg en het bijtgedrag zal minder worden. 

 


 

In theorie gezien is dit dus hoe het werkt in het hondenbrein. Of we alle vier de opties ook moeten gebruiken in de training en omgang van onze honden is ethisch gezien de volgende vraag. Om iets onprettigs weg te halen moet eerst hetgeen toegevoegd worden wat als onprettig ervaren wordt en ook het toevoegen van iets onprettigs is geen liefdevolle manier van opvoeden. Ethisch gezien zijn deze twee methoden dus niet wenselijk. In een ander artikel leg ik uit waarom werken met beloningen veel beter werkt dan met straffen. 

 

In de praktijk 

De conclusie hiervan is dat een hond dus bewust leert doordat zijn gedrag consequenties heeft, maar dat een hond ook onbewust associaties legt waar weinig invloed op is. Wat kunnen we hiermee in de praktijk? 

Door hier bewust van te zijn kunnen we verschillende methoden gebruiken om onze honden op te voeden en gedrag aan te leren, maar ook om ongewenst gedrag om te buigen naar gewenst gedrag terwijl we goed blijven kijken naar de emoties en de aard van het individu die we voor ons hebben. Niet alle honden zijn hetzelfde, ondanks dat deze kennis toepasbaar is op elke hond wil het in de praktijk nog weleens anders uitwerken als dat de verwachting was.  

Loop jij tegen ongewenst gedrag van je hond aan en ben je benieuwd hoe je dit kan ombuigen naar gewenst gedrag aan de hand van dit artikel? Neem contact op met Canine Compass en laten we samen kijken naar de onderliggende reden van het gedrag. 

 

Dominantie, is dat nog wel van deze tijd?

 Je hoort het vaak, de hond laat een bepaald gedrag zien en wordt bestempeld als dominant. Maar is dit het geval of zit er meer achter het gedrag? 

In dit artikel vertel ik over de oorsprong van de term dominantie en leg ik uit waar we naar kijken in de gedragswereld van honden om de reden voor gedrag te vinden. 

 

De oorsprong van de term dominantie 

In de jaren 50 is er onderzoek gedaan naar gedrag van wolven door Rudolph Schenkel en in dit onderzoek kwam Rudolph tot de conclusie dat er een rangorde gold in een wolvenroedel waarbij er een alfa is, de dominantste van de roedel, die de baas was over de rest. Dit onderzoek was gebaseerd op wolven in gevangenschap. De wolvenroedel bestond uit meerdere wolven die vanuit verschillende andere roedels bij elkaar gezet werden, die geen familieband hadden. De wolven kregen weinig voedsel waardoor er conflict ontstond tussen de wolven over wie er mocht eten en wanneer. In gevangenschap hoefden de wolven niet te jagen en ze hadden elkaar dus ook niet nodig om te overleven. Sterker nog, des te minder leden in de groep, des te meer voedsel was er voor de rest. Deze omstandigheden zorgden ervoor dat de groep wolven continu met elkaar in conflict was waardoor het leek alsof de sterkste van de groep de alpha was en dus dominant was over de rest. 

Later in 1970 kwam David Mech tot dezelfde conclusie, ook dit onderzoek was gebaseerd op wolven in gevangenschap onder dezelfde omstandigheden. David Mech heeft op basis van dit onderzoek artikelen gepubliceerd en een boek geschreven over de dominante wolf en dit boek is door de hele wereld omarmd als waarheid. Zo sterk dat we het er nu in onze tijd nog steeds over hebben. 

Onderzoek van 1990 

David Mech heeft in 1990 zijn onderzoek herhaald, maar dit keer heeft hij wolven in het wild onderzocht. Wolven in het wild leven in roedels bestaande uit ouderdieren en hun welpen. De welpen van wolven blijven soms tot na volwassenheid in de roedel leven. De ouderdieren hebben een natuurlijk gezag en overwicht over de pups en David Mech zag dat conflict zelden met dezelfde agressie opgelost werd als dat hij bij de wolven in gevangenschap gezien had. Sterker nog, de dieren waren zacht en harmonieus met elkaar en zorgden ervoor dat er zo min mogelijk conflict was. Mocht je namelijk een andere wolf uit je roedel verwonden doordat je in gevecht gekomen bent, dan kan het zomaar zo zijn dat het volgende hert niet gevangen kan worden omdat er een schakel van de roedel mist, en dan had de hele roedel niet te eten. Daarnaast is het overleven van het nageslacht zo belangrijk dat de ouderdieren er niet op uit waren dit in gevaar te brengen. De conclusie in dit onderzoek was dat wolven helemaal niet dominant waren, dat het alfakoppel niet bestond en dat conflict zo rustig en zacht mogelijk opgelost werd. David Mech heeft hierop opnieuw een artikel geschreven, maar helaas werd dit niet omarmd zoals het eerste artikel en zijn mensen blijven hangen in de dominantietheorie zoals we die noemen. 

Onze hond 

We kunnen stellen dat onze gezinshond die lekker lui op de bank ligt een oorsprong heeft bij de wolf. We hebben zojuist dus gezien dat met behulp van wetenschappelijk onderzoek bewezen is dat dominantie geen rol speelt bij wolven. We mogen er dus vanuit gaan dat dominantie ook geen rol speelt bij onze gezinshonden. Nu is het natuurlijk wel zo dat honden al lang geen wolv
en meer zijn. Generaties lang hebben wij de honden geselecteerd op de beste, mooiste en sterkste rassen. In eerste instantie om voor ons te werken, maar tegenwoordig vooral voor de gezelligheid. We kunnen dus ook zeggen dat honden geen wolven zijn en dit dan misschien niet te vergelijken is.
 

Hoe zit dit dan bij honden die nooit te maken hebben gehad met mensen en al generaties lang op straat leven? Kunnen we daar dezelfde gedragingen zien als bij wolvenroedels? Dit is dus volledig afhankelijk van de omstandigheden van de honden. Er zijn landen waar honden moeten leven van het afval van mensen en er zijn landen waar honden moeten jagen voor voedsel. Met deze verschillen in levensstijl zien we dus ook andere gedragingen. Honden die moeten leven van het afval van mensen, waarbij voedsel dus schaars is, leven niet in roedels. Het kost veel meer energie om 10 magen te voeden dan 1 maag als voedsel al schaars is. Deze honden leven dus op zichzelf en zullen dan ook agressie laten zien naar een andere hond als deze aast op hetzelfde beetje voedsel, je zou hier dus dezelfde conclusie kunnen trekken als de onderzoekers David en Rudolph. Maar is dit dan dominantie of noemen we dat overleven? 

Bij de honden die moeten jagen voor voedsel zien we dus hetzelfde gedrag als bij de wolvenroedels. Roedels van honden die voor elkaar zorgen en de roedel samen in stand houden. 

Hieruit kunnen we de conclusie trekken dat de omstandigheden van een hond ervoor zorgen hoe deze zich gedraagt. Hoe zit dit dan met onze huishond? 

Waar komt gedrag vandaan? 

Tegenwoordig weten we dat er veel meer ten grondslag ligt aan hondengedrag dan alleen maar het naamkaartje ‘dominant’. Er zijn veel verschillende aspecten die gedrag beïnvloeden. Er is nature en nurture, wat wil zeggen het genenpakket van de hond dat hij van zijn ouders gekregen heeft en de leerervaringen van de hond gedurende het leven. Ook is nu wetenschappelijk bewezen dat honden emoties hebben. En dan zijn er nog talloze hormonen die zorgen voor verschillende reacties in het lichaam die zorgen voor deze emoties en het bijbehorende gedrag. Alle aspecten bij elkaar zorgen dus voor gedrag, positief of negatief. 

Waarom belangrijk? 

Maar waarom is het nu belangrijk om te erkennen dat er meer ten grondslag ligt aan gedrag dan ‘hij is gewoon dominant’? 

Ten eerste omdat als we geloven dat een hond gewoon de baas probeert te zijn over anderen, dat we daar achteraan denken dat wij dus de baas moeten zijn of blijven over onze hond. Dit gaat automatisch samen met een assertieve manier van opvoeden waarbij de nadruk gelegd wordt op straf en wat er vooral niet goed gaat. 

Ten tweede zorgt deze denkwijze ervoor dat er weinig tot geen begrip is voor het individu. Er wordt niet verder nagedacht en er wordt dus niet gekeken naar emoties van het dier en wat nu eigenlijk de ware oorsprong van gedrag is. Dit zorgt voor veel wederzijds onbegrip tussen mens en hond en veel onnodige frustratie aan beide fronten, en dus ook voor meer probleemgedrag. 

De conclusie: door dieper in te gaan op gedrag en écht uit te zoeken wat er speelt bij een hond kunnen we een band vormen met onze hond en met positieve training en begeleiding de hond leren hoe ze kunnen functioneren in onze drukke maatschappij. Door de gedachte van dominantie los te laten kunnen we met liefde, begrip en geduld naar onze honden kijken, en is dat niet de werkelijke reden waarom we allemaal een hond aangeschaft hebben? 

 

Het verschil tussen straffen en begrenzen

Veel mensen zijn nog van mening dat straf de beste manier is om ongewenst gedrag af te leren. Maar is dit echt zo? Of zijn er misschien l...