Je hoort het vaak, de hond laat een bepaald gedrag zien en wordt bestempeld als dominant. Maar is dit het geval of zit er meer achter het gedrag?
In dit artikel vertel ik over de oorsprong van de term dominantie en leg ik uit waar we naar kijken in de gedragswereld van honden om de reden voor gedrag te vinden.
De oorsprong van de term dominantie
In de jaren 50 is er onderzoek gedaan naar gedrag van wolven door Rudolph Schenkel en in dit onderzoek kwam Rudolph tot de conclusie dat er een rangorde gold in een wolvenroedel waarbij er een alfa is, de dominantste van de roedel, die de baas was over de rest. Dit onderzoek was gebaseerd op wolven in gevangenschap. De wolvenroedel bestond uit meerdere wolven die vanuit verschillende andere roedels bij elkaar gezet werden, die geen familieband hadden. De wolven kregen weinig voedsel waardoor er conflict ontstond tussen de wolven over wie er mocht eten en wanneer. In gevangenschap hoefden de wolven niet te jagen en ze hadden elkaar dus ook niet nodig om te overleven. Sterker nog, des te minder leden in de groep, des te meer voedsel was er voor de rest. Deze omstandigheden zorgden ervoor dat de groep wolven continu met elkaar in conflict was waardoor het leek alsof de sterkste van de groep de alpha was en dus dominant was over de rest.
Later in 1970 kwam David Mech tot dezelfde conclusie, ook dit onderzoek was gebaseerd op wolven in gevangenschap onder dezelfde omstandigheden. David Mech heeft op basis van dit onderzoek artikelen gepubliceerd en een boek geschreven over de dominante wolf en dit boek is door de hele wereld omarmd als waarheid. Zo sterk dat we het er nu in onze tijd nog steeds over hebben.
Onderzoek van 1990
David Mech heeft in 1990 zijn onderzoek herhaald, maar dit keer heeft hij wolven in het wild onderzocht. Wolven in het wild leven in roedels bestaande uit ouderdieren en hun welpen. De welpen van wolven blijven soms tot na volwassenheid in de roedel leven. De ouderdieren hebben een natuurlijk gezag en overwicht over de pups en David Mech zag dat conflict zelden met dezelfde agressie opgelost werd als dat hij bij de wolven in gevangenschap gezien had. Sterker nog, de dieren waren zacht en harmonieus met elkaar en zorgden ervoor dat er zo min mogelijk conflict was. Mocht je namelijk een andere wolf uit je roedel verwonden doordat je in gevecht gekomen bent, dan kan het zomaar zo zijn dat het volgende hert niet gevangen kan worden omdat er een schakel van de roedel mist, en dan had de hele roedel niet te eten. Daarnaast is het overleven van het nageslacht zo belangrijk dat de ouderdieren er niet op uit waren dit in gevaar te brengen. De conclusie in dit onderzoek was dat wolven helemaal niet dominant waren, dat het alfakoppel niet bestond en dat conflict zo rustig en zacht mogelijk opgelost werd. David Mech heeft hierop opnieuw een artikel geschreven, maar helaas werd dit niet omarmd zoals het eerste artikel en zijn mensen blijven hangen in de dominantietheorie zoals we die noemen.
Onze hond
We
kunnen stellen dat onze gezinshond die lekker lui op de bank ligt een
oorsprong heeft bij de wolf. We hebben zojuist dus gezien dat met behulp
van wetenschappelijk onderzoek bewezen is dat dominantie geen rol
speelt bij wolven. We mogen er dus vanuit gaan dat dominantie ook geen
rol speelt bij onze gezinshonden. Nu is het natuurlijk wel zo dat honden
al lang geen wolv
en meer zijn. Generaties lang hebben wij de honden
geselecteerd op de beste, mooiste en sterkste rassen. In eerste
instantie om voor ons te werken, maar tegenwoordig vooral voor de
gezelligheid. We kunnen dus ook zeggen dat honden geen wolven zijn en
dit dan misschien niet te vergelijken is.
Hoe zit dit dan bij honden die nooit te maken hebben gehad met mensen en al generaties lang op straat leven? Kunnen we daar dezelfde gedragingen zien als bij wolvenroedels? Dit is dus volledig afhankelijk van de omstandigheden van de honden. Er zijn landen waar honden moeten leven van het afval van mensen en er zijn landen waar honden moeten jagen voor voedsel. Met deze verschillen in levensstijl zien we dus ook andere gedragingen. Honden die moeten leven van het afval van mensen, waarbij voedsel dus schaars is, leven niet in roedels. Het kost veel meer energie om 10 magen te voeden dan 1 maag als voedsel al schaars is. Deze honden leven dus op zichzelf en zullen dan ook agressie laten zien naar een andere hond als deze aast op hetzelfde beetje voedsel, je zou hier dus dezelfde conclusie kunnen trekken als de onderzoekers David en Rudolph. Maar is dit dan dominantie of noemen we dat overleven?
Bij de honden die moeten jagen voor voedsel zien we dus hetzelfde gedrag als bij de wolvenroedels. Roedels van honden die voor elkaar zorgen en de roedel samen in stand houden.
Hieruit kunnen we de conclusie trekken dat de omstandigheden van een hond ervoor zorgen hoe deze zich gedraagt. Hoe zit dit dan met onze huishond?
Tegenwoordig weten we dat er veel meer ten grondslag ligt aan hondengedrag dan alleen maar het naamkaartje ‘dominant’. Er zijn veel verschillende aspecten die gedrag beïnvloeden. Er is nature en nurture, wat wil zeggen het genenpakket van de hond dat hij van zijn ouders gekregen heeft en de leerervaringen van de hond gedurende het leven. Ook is nu wetenschappelijk bewezen dat honden emoties hebben. En dan zijn er nog talloze hormonen die zorgen voor verschillende reacties in het lichaam die zorgen voor deze emoties en het bijbehorende gedrag. Alle aspecten bij elkaar zorgen dus voor gedrag, positief of negatief.
Waarom belangrijk?
Maar waarom is het nu belangrijk om te erkennen dat er meer ten grondslag ligt aan gedrag dan ‘hij is gewoon dominant’?
Ten eerste omdat als we geloven dat een hond gewoon de baas probeert te zijn over anderen, dat we daar achteraan denken dat wij dus de baas moeten zijn of blijven over onze hond. Dit gaat automatisch samen met een assertieve manier van opvoeden waarbij de nadruk gelegd wordt op straf en wat er vooral niet goed gaat.
Ten tweede zorgt deze denkwijze ervoor dat er weinig tot geen begrip is voor het individu. Er wordt niet verder nagedacht en er wordt dus niet gekeken naar emoties van het dier en wat nu eigenlijk de ware oorsprong van gedrag is. Dit zorgt voor veel wederzijds onbegrip tussen mens en hond en veel onnodige frustratie aan beide fronten, en dus ook voor meer probleemgedrag.
De conclusie: door dieper in te gaan op gedrag en écht uit te zoeken wat er speelt bij een hond kunnen we een band vormen met onze hond en met positieve training en begeleiding de hond leren hoe ze kunnen functioneren in onze drukke maatschappij. Door de gedachte van dominantie los te laten kunnen we met liefde, begrip en geduld naar onze honden kijken, en is dat niet de werkelijke reden waarom we allemaal een hond aangeschaft hebben?


Geen opmerkingen:
Een reactie posten